Palazzo Barberini en San Carlino

De adellijke familie Barberini (oorspronkelijk uit Barberino Val d’Elsa in Toscane) leverde begin 17e eeuw Paus Urbanus VIII. Eenmaal paus benoemde hij een aantal familieleden tot kardinaal en/of schonk hen gebieden. Zo ging dat: een kardinaalshoed kon je kopen, eenmaal kardinaal kon je proberen je tot paus te laten verkiezen wat soms nog wel lastig was (door omkoping van collega-kardinalen kon je dat nog wel een beetje beïnvloeden), maar eenmaal paus kon je je hele familie van alle mogelijke functies voorzien. Zo heel anders is het nu soms ook weer niet, zie Trump.
Paus Urbanus VIII was als paus een enorme stimulator van kunst en wetenschap, hij is o.a. de opdrachtgever van Bernini voor de baldakijn in de Sint Pieter (zie de terugkerende afbeeldingen van bijen van het Barberini wapen). Maar ook privé bouwde en verzamelde hij fanatiek. Hij liet aan de rand van het toenmalige Rome het Palazzo Barberini bouwen, een mix van stadspaleis en landelijke villa.
Hij gaf dermate veel geld uit aan gebouwen en kunst dat zijn opvolger Innocentius X, uit het rivaliserende geslacht Pamphili, met een lege staatskas moest beginnen. Innocentius wilde dat Urbanus betaald zetten, zodat Urbanus uit Rome moest vluchten.
Urbanus liet zowel Bernini als diens rivaal Boromini aan zijn paleis werken, elk van beiden ontwierp een trappenhuis.

In het Palazzo Barberini is nu het staatsmuseum de Galleria Nazionale d’Arte Antica gevestigd, met één van de meest waardevolle kunstcollecties van Rome (bustes van Bernini, schilderijen van Rafaël, Caravaggio, Fra Angelico, Filippo Lippi, El Greco en vele anderen).

Omdat het vlak in de buurt is van Palazzo Barberini hier ook een woord over de San Carlino, meer precies: de San Carlo alle Quattro Fontane (bij de vier fonteinen: hoek Via delle Quattro Fontane / Via del Quirinale). Omdat het om een klein, compact complexje (kerk, klooster en kloostergang), gaat wordt de kerk met het verkleinwoord Carlino aangeduid. Het is ontworpen door Borromini, die met passen en meten en toepassing van de vormen ellips en ruit in plaats van vierkant, rechthoek en cirkel bijzondere ruimtelijke effecten teweeg heeft gebracht.
Borromini had in de crypte een kapel voorzien om daar zelf na zijn dood bijgezet te worden. Maar vanwege zijn moeilijke karakter vereenzaamde hij en pleegde toen zelfmoord. Als zelfmoordenaar mocht hij niet in zijn kapel bijgezet worden, hij ligt daarom elders begraven.

KNIR (Koninklijk Nederlands Instituut in Rome)

Het KNIR roept associaties op met het KNIL maar dat slaat nergens op.

Het KNIR noemt zichzelf in alle bescheidenheid “Campus of Excellence van Nederlandse universiteiten in het historische en culturele hart van Europa”. Het KNIR is het oudste en grootste van de Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (NWIB), en staat onder beheer van de RUG, de UU, de UL, de UvA, de VU en de KUN.

Het staat voor “hoogstaand onderzoek en interdisciplinair onderwijs in de geesteswetenschappen, waarbij het een brugfunctie vervult tussen de Nederlandse universiteiten en de academische wereld in Italië”. Het Instituut organiseert cursussen voor studenten van alle niveaus en opleidingen, en het stelt beurzen en onderdak in Rome ter beschikking aan excellente studenten en onderzoekers in verschillende disciplines.

Het KNIR is gehuisvest in een statige villa in de Valle Giulia, aan de rand van Villa Borghese (dat is een pars pro toto voor het park om de eigenlijke villa heen; zo heet ons park bijvoorbeeld “Villa Pamphili”). In de Valle Giulia bevinden zich musea (o.a. Galleria Nazionale d’Arte Moderna) en wetenschappelijke instituten van verschillende landen.

De KNIR beheert een naar eigen zeggen unieke bibliotheekcollectie en voert een rijk programma uit van congressen, lezingen en culturele activiteiten.

Ik was er om deel te nemen aan de “Conferenza”: “Un Regno di Repubblicani – la monarchia olandese e le sue radici repubblicane” (over het grappige verschijnsel dat Nederland van oorsprong republiek was en pas later monarchie is geworden, terwijl veel andere Eurpose landen de omgekeerde weg hebben bewandeld) door het wetenschappelijk staflid Geschiedenis van het Instituut (Nederlander). In het Italiaans want er zijn kennelijk Italianen die zich voor dit onderwerp interesseren. Dat bleek ook wel, van de ca. 25 deelnemers was zeker de helft uitsluitend Italiaans-sprekend. Wel knap zoals de spreker zijn verhaal in vloeiend Italiaans hield: de stafleden van het KNIR zijn maar voor drie jaar in Rome, op détacheringsbasis.

Het Instituut ademt een zekere pretentieuze deftigheid uit, ook nauwelijks te vermijden bij deze riante locatie. Na de lezing was er een “rinfresco” in een sfeervolle ontvangstzaal, waarbij de prosecco werd ingeschonken en de verfijnde hapjes werden rondgebracht door een gehandschoende, in wit livrei gestoken bediende. Dat is nog eens wat anders dan fris en een schaal met blokken kaas in de tochtige hal van het Auditorium van een Nederlandse universiteit. Of de pretenties van het Instituut waargemaakt worden moet ik nog eens bij een niet-betrokken wetenschapper in de humaniora navragen.

Via Appia Antica op de fiets

De Via Appia is de “regina viarum”, de oudste en daarom koningin van de vele heerwegen (heer = leger) die de communicatie en de snelle verplaatsing van legers in het Romeinse Rijk mogelijk moesten maken  (zoals de Aemilia, Aurelia, Cassia, Flaminia, etc,). Het initiatief voor de aanleg van de weg werd genomen door Appius Claudius, censor in Rome, vandaar de naam. De Via Appia is tussen de vierde en derde eeuw vóór Chr. in stukjes en beetjes aangelegd, uiteindelijk tot Brindisi, de toenmalige poort naar het Oosten.

Wij moesten eerst vanuit Monteverde afdalen om de Tiber over te steken en vervolgens naar het begin punt van de Via Appia te komen, bij de Porta di San Sebastiano. Op zondag bleek dat vanwege het geringe verkeer goed te doen. Er is een info-punt op het adres Via Appia Antica 58, daar kun je ook fietsen huren, je ochtend-koffie drinken en eventueel je auto neerzetten. Als je toch al fietsen huurt, huur dan mountain bikes, dat is voor deze tocht het fijnst.

Het eerste stuk fietsen daarna is minder aangenaam, het is daar nog erg druk met autos. Pas later bleek ons dat je bij de driesprong spoedig na het infopunt niet alleen de weg links (Via Appia Antica) maar ook de middenweg kunt nemen, door een hek naar de Catacomben van San Callisto, dat is een aangenamere route. De catacomben schijnen op zich ook de moeite van het bekijken waard te zijn. Je komt dan later, bij de Basilica di San Sebastiano, weer op de Via Appia Antica.

Nu wordt het echt rustig, er mag geen gemotoriseerd verkeer meer komen. Je rijdt nu ofwel op de in heel Rome bekende hobbelkeitjes, de pietrini, ofwel op de halfverharde paden links en rechts van de weg. Het lijkt alsof die er later voor de toeristen bij gemaakt zijn maar dat is niet zo, ze waren er al vanaf de aanleg van de via. Zo nu en dan is er in de weg ineens een stuk met als wegdek grote afgeronde basaltblokken, basoli, dat zijn de echte keien uit de oudheid, daar valt eigenlijk niet op te fietsen.

Het lijkt alsof je in één keer teruggezet bent in de tijd: je passeert regelmatig overblijfselen van Romeinse muren en wachtposten, in de verte zie je in het vlakke land stukken aquaduct staan, aan weerskanten van de weg villa’s met prachtige oprijlanen. En overal majestueuze pijnbomen waar je onderdoor kijkt.

Op een aantal punten, vooral aan het begin van het parcours, zijn lekkere bars en trattorias waar je even heerlijk kunt pauzeren.

Aan de NO-kant van de Via Appia is het Parco della Caffarella, dat schijnt een prachtig natuurpark te zijn, waar je kunt wandelen. Niet te geloven, zo dicht bij der wereldstad Rome.

 

Foro Italico

Het Foro Italico is een sportcomplex aan de Noord-kant van Rome, vlakbij de Milvio-brug, bekend van de hangslotjes die verliefde paren aan de brug hingen om vervolgens het sleuteltje in de Tiber te gooien, als teken van eeuwige trouw. De sloten zijn vrijwel allemaal weggehaald, het schijnt omdat de brug onder het gewicht dreigde te bezwijken.

Het sportcomplex is tijdens de Mussolini-tijd gebouwd ten behoeve van de Olympische Spelen van 1944, het heette eerst Foro Mussolini. Mussolini wilde kennelijk het trucje van Hitler (Berlijn, 1936) nadoen. De Spelen in 1944 gingen vanwege de oorlog niet door, maar in 1960 werden ze hier alsnog gehouden.

Het complex is groot, ruim opgezet, en ademt het rationalisme van de Mussolini-tijd: strakke vormen, weinig versiering. Behalve dan de circa 60 beelden rond het Stadio dei Marmi, een ovale athletiekbaan met marmeren tribunes. Het zijn beelden van gezonde sterke mannen die in hun blootje allerlei sporten uitbeelden. Stuk voor stuk met gespierde ronde billen met kuilen aan de zijkanten. Ook de man met ski’s heeft geen kleren aan. Voor ons een nogal lachwekkend gezicht. Bijzonder is dat er geen enkele vrouw bijzit, die deden er kennelijk niet toe of werden als sporters niet serieus genomen.

Indrukwekkend zijn de zwembaden en het tenniscomplex (met een center court met 12.500 zitplaatsen waar regelmatig internationale tennistoernooien plaatsvinden).

Op het complex staat ook het Olympisch Stadion waar afwisselend AS Roma en Lazio Roma spelen. AS Roma krijgt over enkele jaren een eigen stadion in Tor di Valle, aan de Zuid-West kant van Rome. Het ontwerp is geïnspireerd op het Colosseum.

Bezoekers van het Olympisch Stadion komen binnen over nog steeds een breed pad met mozaïkbestrating waarop veelvuldig de letter M van Mussolini voorkomt. Ook in honderdvoud de combinatie:
DVCE DVCE DVCE (= Duce)
en:
DVCE ANOI! (= Duce, aan ons; als antwoord op de vraag: A chi la gloria ? A chi la victoria ? A chi l’Abissinia ? = aan wie de eer / overwinning / Abessinië ?)
en:
MOLTI NEMICI (veel vijanden)
MOLTO ONORE (grote eer)
Aan weerszijden grote marmeren blokken met inscripties die de heroïsche geschiedenis van Italië beschrijven.

Da Enzo (Trastevere)

Een tip van Eric Claes (SPQR), die wist wel een geschikt lunchtentje: het bleek om het restaurant tegenover de ingang van de Casa di Santa Francesca Romana in de Via dei Vascellari te gaan. Dit bij veel Nederlandse Rome-gangers bekende, alleszins betaalbare, niet luxe maar acceptabele hotel heet zo omdat in het 14e eeuwse gebouw Francesca Romana goede werken deed aan armen en hongerlijders (“poveri ed affamati”), wat haar uiteindelijk de status van heilige opleverde. De inrichting en adem van het pand zijn vroom en katholiek.

Da Enzo krijgt van Tripadvisor de niet geringe score van 4,5 op een schaal van 5. Niet minder dan 335 mensen noemen Da Enzo “uitstekend”, nog eens 107 “heel goed” en maar 54 geven het restaurant een lagere score.

Het restaurant wordt gerund door broer en zus, die doen dat met hun personeel snel en efficiënt, zonder hijgerig haastig te zijn. De tafeltjes staan erg dicht op elkaar, je moet je tussen stoel en tafel wurmen maar dat verhoogt de sfeer alleen maar. Het is niet direct een restaurant voor vertrouwelijke gesprekken. Wij werden bijna bij de WC-deur geparkeerd, maar dankzij de goede relatie tussen Eric en de waardin bleef ons dat bespaard. Da Enzo is kennelijk zo in trek (wij waren er zaterdag lunchtijd) dat er toen wij weggingen een hele tros mensen buiten op straat rondhing, in afwachting van een vrij te komen plekje. Eten was voortreffelijk, het bekende Italiaanse werk: simpele gerechten, maar goed klaargemaakt met buitengewoon smakelijke ingrediënten.

Ik betaalde iets van € 60 voor drie personen (waarbij het wel om een light lunch ging, en we niet meer dan een ½-liter karaf wijn dronken).

Eric gaf nog aan dat er wat Trastevere betreft een duidelijk verschil bestaat tussen het gebied ten Westen en ten Oosten (links en rechts op de kaart) van de Via Trastevere (de grote N-Z weg waar tram 8 tussen Piazza Venezia en Casaletto doorheen rijdt). Het gebied ten Westen is zeer toeristisch: de toeristen die vanuit het Centro Storico over de Ponte Sisto gaan blijven hier hangen. Het gebied ten Oosten is nauwelijks toeristisch en de restaurants zijn daarom ook veel goedkoper.

 

Roma Sparita (Trastevere)

We hadden hier al eerder gegeten, met Pien en Hein Abeln.
Nu het verjaarseten van Sabine met Wouter en Fréderique.

Locatie: Piazza di Santa Cecila, bij de kerk en het klooster Santa Cecilia in Trastevere, in de uiterste oost-punt van Trastevere. Het rustige deel dus.

Het restaurant staat bij Tripadvisor op plaats 432 van de 9.754 restaurants van Rome. Het heeft 4 van de maximaal mogelijke 5 sterren.

De bom hier is Cacio e Pepe, een heerlijk pastagerecht met kaas en peper. De pasta zit in een leuk mandje van gebakken kaas (smaak zoals de bodem in de caquelon van de kaasfondue), dat mandje eet je dus ook op.
Ook de Zuppa di Cozze schijnt erg goed te zijn, maar die hebben we niet geproefd.

Voordeel is dat je hier kunt reserveren. Er is een beneden-restaurant en een boven-restaurant, ook het boven-restaurant is heel gezellig.

Wij aten zeer uitvoerig: 3 gangen, 2 flessen wijn en grappa resp. sambuca bij de koffie, en betaalden voor 4 personen ca. € 200.

Andere restaurants, favoriete wijken

Meridionale

We hebben hier met z’n vieren gegeten, met Sietske en Frits Verheijden.
Locatie: Via Dei Fienaroli 30A, bij de Piazza Santo Cosimato in Trastevere.
Het restaurant staat bij Tripadvisor op plaats 187 van de 9.757 restaurants van Rome. Het heeft 4,5 van de maximaal mogelijke 5 sterren.
Bewust simpele inrichting, beetje art deco, met formica-tafeltjes, erg gezellige sfeer, vriendelijke, opgewekte en vlotte bediening.
Kosten weet ik niet meer, wel dat het erg meeviel.
Een absolute aanrader.

La Quercia

Tegenover Palazzo Spada, tussen Campo de’ Fiori en het ghetto.
Zelf niet gegeten, aangeraden door Marjan Wolff.

Giulio Passami l’Olio

Via di Monte Giordano 28, in het uiterste West-puntje van het Centro Storico.
Sfeervol, rommelig, altijd vol met locals (goed teken).
De plaats van maandelijkse samenkomst van de Nederlandse kolonie (www.nederlandersinrome.eu).

Lunchen

Aan de West-rand van Trastevere: restaurantjes in de schilderachtige Via Garibaldi

Favoriete wijken volgens AirBnB (“Loved by Romans”)

Onderscheid:
*  Municipi (15: ruim gebied in en rond de stad)
*  Quartieri (35: enger gebied in de stad)
*  Rioni (22: het centrum van de stad)
NB: dit is een mix van benamingen van de wijken

t.o.v Centro Storico:
NO: Trieste.
O: Monti (achter Colosseum), Esquilino (bij Termini), San Lorenzo (studentenwijk achter Termini), Pigneto, Quadraro.
ZO: San Giovanni, Celio.
Z: Ripa (Aventino), Testaccio, Ostiense, Garbatella (ten Z van EUR)
ZW: Trastevere, Monteverde Vecchio (Gianicolense)
Centrum: Sant’Angelo (=ghetto).

Rooms Katholieke Kerk –  Heilige Stoel – Vaticaanstad

Chiesa Cattolica – Santa Sede – Stato della Città del Vaticano (SCV): hoe verhouden deze drie zich tot elkaar ?

Vaticaanstad is een staat die volkenrechtelijk vertegenwoordigd wordt door de Heilige Stoel. Het is dus een territorium waarover de Heilige Stoel soevereiniteit heeft.
De staat huisvest de hoofdzetel van de Rooms Katholieke Kerk (het woord Rooms ontbreekt in het Italiaans !).
Staatshoofd van Vaticaanstad is de Paus.
Vaticaanstad is in 1929 ontstaan als gevolg van het Verdrag van Lateranen.

Daarin werd nadrukkelijk opgenomen dat het een nieuw gecreëerde staat is, dus niet een voortzetting of herleving van de Kerkelijke Staat (die zich vroeger uitstrekte tot in de Romagna).
SCV (Stato della Città del Vaticano) wordt in de volksmond ook wel vertaald met Se Christo Vedesse (= als Christus dit zou zien), vanwege de intriges die er nogal eens spelen.

De Heilige Stoel (ook wel genoemd: Apostolische Stoel) kan worden beschouwd als het centrale bestuursorgaan van de Rooms Katholieke Kerk, de wereldkerk.
Onder internationaal recht wordt de Heilige Stoel, in tegenstelling tot Vaticaanstad, gezien en erkend als rechtspersoon. De Rooms Katholieke Kerk is trouwens ook een zelfstandige rechtspersoon.
De internationale rechtspersoonlijkheid van de Heilige Stoel is uniek. De Heilige Stoel heeft de status van land als permanente waarnemer bij de VN. De Heilige Stoel heeft weliswaar geen stemrecht in de Algemene Vergadering, maar de paus kan als staatshoofd (dus van het quasi-land Heilige Stoel) de Algemene Vergadering van de VN toespreken. Alle andere kerkgenootschappen en godsdienstige verbanden hebben alleen de status van een niet-gouvernementele organisatie.
Er zijn verdragen waarbij de Heilige Stoel zelf een partij is en bij andere verdragen is het een partij als vertegenwoordiger van Vaticaanstad.
Staatshoofd van Vaticaanstad is de paus. De paus is ook alleenheerser over de Heilige Stoel. Die heeft een soort grondwet, de Regimini Ecclesiae Universae. Daarin wordt aan de paus volledige wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht toebedeeld. Niks geen trias politica dus.

Buitenlandse ambassades worden aangeduid als ambassade bij de Heilige Stoel en niet bij Vaticaanstad. Dat zal dus te maken hebben met de status die de Heilige Stoel bij de VN heeft. Het is anders immers ondenkbaar dat Nederland een ambassadeur bij een niet-land maar een kerkgenootschap (en waarom dan alleen dat ene) zou hebben.
Er is in Nederland nogal wat te doen geweest over de vraag of Nederland wel of niet een aparte diplomaat bij de Heilige Stoel moet hebben, dus afgezien van de Nederlandse ambassadeur in Italië. Er is zelfs, op initiatief van de SGP, in 1925 een kabinet op de kwestie gevallen (“nacht van Kersten”). Het toenmalige gezantschap werd geschrapt. Maar inmiddels overheerst toch de overtuiging dat het tactisch handig is om erbij te zijn als zoveel andere landen hun diplomaten bij de Heilige Stoel gebruiken om informeel oplossingen voor wereldvraagstukken in de week te leggen. Formeel geldt ook het argument dat de Heilige Stoel nu eenmaal de status van land heeft bij de VN. Vanaf 1944 is er weer een gezant, die in 1956 geupgrade is tot ambassadeur. Je hoeft niet perse katholiek te zijn om ambassadeur bij de Heilige Stoel te zijn. Het zijn wel allemaal mannen met nette dubbele namen in het rijtje diplomaten die de functie bekleed hebben. Momenteel is onze ambassadeur bij de Heilige Stoel de tweede zoon van Prinses Irene en Prins Carlos Hugo, Jaime Bernardo. Hij zit dus in Rome, naast dat er in Rome ook een ambassadeur bij de Republiek Italïe is. Beide ambassades zijn gevestigd in hetzelfde gebouw, wel met twee aparte adressen en ingangen: Via Michele Mercati 6 resp. 8.
Omgekeerd: de (religieuze) vertegenwoordiger van de Rooms Katholieke Kerk in het buitenland, de pauselijke nuntius, vertegenwoordigt ook de Heilige Stoel, en via die entiteit Vaticaanstad. Dat omdat Vaticaanstad ondergeschikt is aan de Heilige Stoel.

De Heilige Stoel heeft ook bezittingen in Italië buiten het grondgebied van Vaticaanstad, de meeste in Rome. Dat zijn om te beginnen de drie overige pauselijke basilieken (naast de St. Pieter): S. Giovanni in Laterano met zijn Apostolisch paleis, de S. Maria Maggiore en de S. Paolo fuori le Mura inclusief bijgebouwen. Verder het grote gebouw van de Cancelleria midden in Rome en het palazzo di S. Callisto achter de S. Maria in Trastevere. En dan nog een stuk of zeven andere palazzi en een aantal gebouwen op de Gianicolo, o.a. het ziekenhuis Ospedale pediatrico Bambino Gesù.
Buiten Rome het pauselijk buitenverblijf in Castel Gandolfo, in de heuvels aan het meer van Albano, 30 km ten ZO van Rome.
Bij al die gebouwen staan ook steeds strenge bordjes waarop staat dat je je bevindt op “extraterritoriaal” grondgebied. Ze doen denken aan de waarschuwende borden destijds in Berlijn: “you are leaving the American sector”.

Paus Pius IX en het Risorgimento

Een belangrijke paus, de langstzittende Paus na Petrus (35 jaar), in een cruciale fase in de Italiaanse geschiedenis. Het is tijdens zijn pausschap, dat de Paus zijn wereldlijke macht kwijtraakte. De Kerkelijke Staat werd gereduceerd tot het Vaticaan (SCV = Stato della Città del Vaticano).

Iemand met een veelzijdige achtergrond, deze man met de naam Giovanni. Studeerde filosofie en theologie, en daarna aan de Accademia Ecclesiastica, de diplomatenopleiding van de Heilige Stoel. Was directeur van een weeshuis, deelnemer aan een lastige missie naar Chili (na de onafhankelijkheidsstrijd daar) en directeur van een ziekenhuis. Werd aartsbisschop van Spoleto (150 km ten N van Rome) in een tijd van veel onrust en rebellie. De Paus had de Oostenrijkers te hulp geroepen om de orde te herstellen en die deden dat met verve. De aartsbisschop van Spoleto deed er alles aan om represailles te voorkomen. Toen een hoge politiefunctionaris een lijst van kopstukken van de opstand had samengesteld om voor te leggen aan de paus, legde hij die eerst aan Giovanni voor. Die reageerde met: “U begrijpt uw beroep of het mijne niet. Wanneer een wolf van plan is de schapen te verslinden, waarschuwt hij niet de herder.” Daarna wierp hij de lijst in de open haard.

Bij het conclaaf voor de keuze van een nieuwe Paus in 1846 deden de grote mogendheden flink hun best om invloed uit te oefenen. Giovanni gold als liberaal en veranderingsgezind en werd gefavoriseerd door de Fransen. Oostenrijk-Hongarije wilde liever een absolutistische Paus. Giovanni won, met zijn 54 jaar, erg jong voor een Paus.

In eerste instantie nam de nieuwe Paus allerlei maatregelen ten gunste van het volk en in lijn met de wensen van de hervormingsgezinden. Hij werd dan ook erg populair. Het revolutiejaar 1848, in heel Europa, zorgde voor weer nieuwe onrust. Toen de Paus bekend maakte dat hij nooit het pauselijk leger zou inzetten voor de eenwordingsbeweging, maar zijn status van bovenpartijdig, wereldwijd geestelijk leider zou laten prevaleren (ook waarschijnlijk om de grote mogendheden niet voor het hoofd te stoten) was het gauw gebeurd met zijn populariteit. Het werd als verraad aan de goede zaak gezien, zijn pauselijk verblijf werd bestormd en hij werd gevangen genomen. Hij wist, vermomd als gewoon priester, te vluchten naar Gaeta, vlak over de grens richting Napels.

Daar kwam een totale ommekeer in zijn denken, hij veranderde van liberaal in reactionair.

Tijdens zijn verbanning werd in Rome de Repubblica Romana uitgeroepen. Met hulp van de Fransen werd die al snel weer ontmanteld en kon de Paus terugkeren.

Waar de Paus niet op gerekend had was dat Cavour, de premier van het Koninkrijk Sardinië (inclusief Piemonte), met de net tot Franse keizer gekroonde Napoleon III een pact sloot. Ze zouden samen de Oostenrijkers uit Italië verdrijven, de vrijgekomen gebieden zouden aan Sardinië/Piemonte worden toegevoegd, inclusief delen van de Kerkelijke Staat. De bewoners van die gebieden zouden daar door een referendum voor kunnen kiezen (wat ze natuurlijk zouden doen). De Fransen zouden wel in Rome blijven om de pauselijke onafhankelijkheid te blijven garanderen.

De Paus was razend door dit eentweetje achter zijn rug om en excommuniceerde de koning van Sardinië en dreigde hetzelfde te doen met iedereen die de referenda zou steunen.

Hij deed bovendien een oproep aan alle katholieke, ongehuwde mannen in de wereld om hem te komen helpen. Dat vrijwilligersleger zou de naam krijgen van de Pauselijke Zoeaven. In Nederland wist met name de pastoor van Oudenbosch zoveel mannen te recruteren dat er meer dan 3.000 Nederlanders naar Italië reisden om de Paus te hulp te schieten.

Maar het mocht allemaal niet baten, de zoeaven werden verslagen en de Paus moest accepteren dat de Kerkelijke Staat gereduceerd werd tot Rome e.o. Hij probeerde nog wel jaren later als kerkelijk leider, door pauselijke decreten en dreigementen, de parlementaire verkiezingen in het inmiddels gevormde Koninkrijk Italië te frustreren, maar tevergeefs.

Hij was nu geheel afhankelijk van Franse bescherming. Toen die wegviel omdat de Fransen hun soldaten zelf nodig hadden in hun strijd tegen de Pruissen was het gauw gebeurd. Op 20 September (in elke Italiaanse stad is wel een Piazza of Via XX Settembre) 1870 trok Koning Victor Emanuel II Rome binnen en werd de Kerkelijke Staat verder gereduceerd tot het Vaticaan.

De Paus verklaarde zich opzichtig als gevangene en weigerde elke tegemoetkoming voor een oplossing of compromis. Pas in 1929 werd de status van het Vaticaan door Mussolini en Paus Pius XI, vier Pausen later, goed geregeld in het Verdrag van Lateranen.

Om de hernieuwde goede relatie tussen de Italiaanse Staat en het Heilige Stoel visueel te benadrukken werd een open verbinding tussen de stad Rome en het Vaticaan aangelegd, de (prachtige) Via della Conciliazione (verzoening).

Wel jammer, zo’n Paus die zo liberaal en menslievend begint, dan een complete ommezwaai naar autocratisch en reactionair maakt en als een koppige, rancuneuze en gefrustreerde man eindigt.

Bijzonder aan het verhaal vind ik dat er nooit sprake is geweest van enige weerstand of vijandigheid vanuit het volk jegens de kerk als zodanig, als spiritueel instituut. De kerk werd haar eigen positie volledig gegund. Het parool was altijd: “libera chiesa in libero stato” (een vrije kerk in een vrije staat – dus een staat die vrij is van inmenging door de kerk).

Garibaldi

Een enorm charismatische, dappere vechtersbaas, maar ook een volledig ongeleid projectiel, zo zou je Giuseppe Garibaldi kunnen kenschetsen. Met een passie voor de vrijheid van het volk en voor de eenwording van Italië.

Met 25 jaar, officier van de Piëmontese marine, werd hij gegrepen door de idee van de eenwording van Italië en deserteerde hij om met een opstand in Genua mee te kunnen doen. Die werd neergeslagen, Garibaldi werd bij verstek ter dood veroordeeld en vluchtte via via naar Brazilië. Daar was hij generaal en admiraal in de Uruguayaanse Burgeroorlog en leerde hij zijn vrouw Anita kennen.

Terug in Italië verrichte hij in het Risorgimento met een grote groep getrouwen de nodige heldendaden, maar dat ging wel steeds op eigen houtje. Hij was loyaal aan Koning Victor Emanuel II van Savoye, koning van Sardinië en Piëmonte, maar was fel anti clerus en wilde niets liever dan de Paus uit Rome verdrijven. Dat was tegen de officiële lijn van de premier van Piëmonte, Cavour, in die bang was dat teveel druk op de Paus de Fransen ertoe zou aanzetten om extra actief te worden in Italië, terwijl het de vrijheidsbeweging er nu juist om te doen was de grote buitenlandse mogendheden uit Italië te verdrijven.

Cavour, de Bismarck van Italië, moet toch al veel te stellen hebben gehad met het duo Victor Emanuel en Garibaldi. De koning hield zich meer met de berenjacht bezig dan met staatszaken, maar kon plotseling toch eigenzinnig allerlei politieke acties ondernemen, terwijl Garibaldi totaal niet in de hand te houden was. Kwam bij dat de Koning een groot zwak voor Garibaldi had en hem steeds de hand boven het hoofd hield. Tel daarbij op alle republikeinse krachten die een eenwording van Italië onder een koning tegenwerkten en je kunt alleen maar veel bewondering voor Cavour hebben. Uiteindelijk had Cavour toch Frankrijk nodig om de Oostenrijkers te verdrijven en, tot woede van de Paus, achter diens rug om het grootste deel van de Kerkelijke Staat los te weken.

Tot twee keer toe moest Garibaldi door zijn “eigen” Koning en Piëmontees leger gestopt worden om niet naar Rome door te stoten, moest dan in het stof bijten en trok zich vervolgens gedesillusioneerd op zijn eiland Caprera bij Sardinië terug. Zo ook na zijn spectaculaire tocht naar Sicilië (Spedizione dei Mille), en van daar via Calabrië naar Napels en verder. Het was helemaal niet het plan van Cavour en de Koning om (nu al) Zuid-Italië bij Piëmonte te trekken, zij streefden meer naar voorlopig een verenigd Noord-Italië (wel met Rome), maar het overkwam ze dankzij Garibaldi.

Anita deed niet voor haar man onder, ze deed aan de gevechten mee als een vent. Op de Gianicolo staat, op haar graf, een ruiterstandbeeld van haar, waarbij ze met wapperende haren in galop de vijand tegemoet rent, zich met de linkerhand aan haar paard vasthoudt en met haar linkerhand met een pistool zwaait.

Als zowel vader als moeder zo’n sterke vechtersmentaliteit hebben gaat die kennelijk onvermijdelijk over op de volgende generatie. De zoon van Giuseppe en Anita, Riciotti, nam na de dood van zijn vader diens rol over en vocht heldhaftig in vrijheidslegers en het Vreemdelingelegioen in allerlei landen. En ook zijn vier zoons zetten de familietraditie voort, zo valt te lezen in het Museo della Repubblica Romana e della memoria garibaldina in de Porta San Pancrazio.