Santi Quattro Coronati en Monte Celio

Oorspronkelijk een kerk uit de 4e eeuw, rond 1000 verwoest door de Noormannen, en daarna weer opgebouwd als een versterkte abdij. Menig paus, die destijds in het nabijgelegen pauselijk paleis naast de San Giovanni in Laterano woonde, nam hier bij gevaar zijn toevlucht.
De naam Quattro Coronati verwijst naar vier tot het christendom bekeerde beeldhouwers die rond 300, dus kort vóórdat het christendom onder Constantijn geaccepteerd werd, gemarteld werden omdat ze principieel hadden geweigerd een beeld van een Romeinse god te maken. Dat martelen gebeurde niet kinderachtig: ze werden gegeseld met een zweep met aan de uiteinden schorpioenen en daarna in een loden kist opgesloten en in zee gegooid.
Het complex van de SS Quattro Coronati ziet eruit als een vesting met een poort: het bestaat uit de twee cortiles, verder een kerk met aangrenzend een prachtig klein intiem kloosterhof met een mooi gedecoreerde kloostergang, tenslotte een gebouw met aan de gevel bij de ingang (rechts in de tweede cortile) de vermelding: Monache Augustiniane (augustijner nonnen). Dat verwijst naar het nog steeds functionerende nonnenklooster van augustinessen. Als je hier naar binnen gaat (niet altijd open, in de boekjes staat alleen ’s-middags) kom je in een hal met links een “vondelingenluikje” (zoals in Florence bij de Ospedale degli Innocenti) en een bel naast een dik getralied venster. Als je belt komt achter het getraliede venster een non tevoorschijn die € 1 pp in ontvangst neemt en in ruil daarvoor de tegenover liggende kapeldeur voor je opendoet en het licht in de kapel voor je aansteekt (alles op afstand uiteraard, de augustinessen hebben spreekverbod, alleen de nonnen voor wier werk spreken onvermijdelijk is mogen dat doen, mits zo min mogelijk).

Het is de kapel van de Heilige Silvester, de 33e paus (314-335). Die kapel is een absolute aanrader: langs de wanden is in goed bewaarde fresco’s uit ca. 1250 als stripverhaal uitgebeeld hoe St. Sylvester keizer Constantijn bekeerde. Dat verhaal staat in alle boekjes.
Bijzonder is de voorlaatste scène op de linker wand: Constantijn overhandigt Sylvester de pauselijke tiara, maar heeft bij die gelegenheid zijn keizerskroon afgezet, die houdt iemand uit zijn gevolg op de achtergrond vast. Dat is lange tijd gezien als bevestiging van de zgn. Donatio Constantini, de Constantijnse Schenking. Met die “schenking” zou Constantijn, toen hij naar Constantinopel vertrok, zijn keizerlijke/wereldlijke macht hebben overgedragen aan de paus. Veel pausen hebben zich hierop beroepen, in de conflicten met koningen en keizers over wie het nu eigenlijk uiteindelijk voor het zeggen had in de wereld. Maar op enig moment is onomstotelijk bewezen dat het verhaal fake was, toen was dat afgelopen.
In de bogen van de absis zijn twee frescos met afbeeldingen van resp. Constantijn en Sylvester aangebracht, met bijzonder sprekende gelaatsuitdrukkingen.
In de absis zelf zijn twee grote frescos met (nogal gruwelijke) afbeeldingen van de martelingen van de vier beeldhouwers te zien.
De cosmatenvloer in de kapel is prachtig.

Nu je toch zowat op de Monte Celio bent kun je ook nog naar de Santo Stefano Rotondo gaan (de drie kerken San Clemente, Santo Quattro Coronati en Santo Stefano Rotondo laten zich gemakkelijk combineren – als je voldoende opnamevermnogen hebt uiteraard).
De Santo Stefano Rotondo is een heel bijzondere kerk, rond zoals de naam doet vermoeden, ruim, sober. Hij stamt uit de vijfde eeuw, is de oudste kerk met een rond grondoppervlak. Paus Gregorius XIII liet rond 1580 aan de wanden rondom frescos aanbrengen met vierendertig martelscènes, die alle soorten van wreedheden laten zien die de eerste christenen hebben moeten ondergaan. De paus wilde dat het volk zich ervan bewust was hoeveel leed christenen vóór hen hebben moeten verdragen. Ga hier niet meteen na de lunch heen, dat is niet goed voor je maag.

Op de Monte Celio, vlakbij de Santo Stefano Rotondo, is de Villa Celimontana met een prachtig en lekker park, heel geschikt voor een verblijf met een goed boek of een slaapje. De Villa kan wel een opknapbeurt gebruiken (er zit nu de Società Geografica Italiana, men zal hebben gedacht, dan wordt de villa tenminste bewoond), het park aan de ZO-zijde van de Villa is sterk verwaarloosd, aan de NW-zijde ziet het er piekfijn uit. Daar is een gedenksteen voor Paul Harris te vinden, dus ik vermoed dat de Rotary geld voor het fatsoeneren van dat deel van het park bijeengebracht heeft. Laat die ook een project maken van de Villa en de andere kant van het park.
Het straatje vanuit de NW-uitgang van het park naar beneden richting het Circo Massimo, langs de Basilica Santi Giovanni e Paolo (het straatje heet Clivo di Scauro) is erg schilderachtig.