Paus Pius IX en het Risorgimento

Een belangrijke paus, de langstzittende Paus na Petrus (35 jaar), in een cruciale fase in de Italiaanse geschiedenis. Het is tijdens zijn pausschap, dat de Paus zijn wereldlijke macht kwijtraakte. De Kerkelijke Staat werd gereduceerd tot het Vaticaan (SCV = Stato della Città del Vaticano).

Iemand met een veelzijdige achtergrond, deze man met de naam Giovanni. Studeerde filosofie en theologie, en daarna aan de Accademia Ecclesiastica, de diplomatenopleiding van de Heilige Stoel. Was directeur van een weeshuis, deelnemer aan een lastige missie naar Chili (na de onafhankelijkheidsstrijd daar) en directeur van een ziekenhuis. Werd aartsbisschop van Spoleto (150 km ten N van Rome) in een tijd van veel onrust en rebellie. De Paus had de Oostenrijkers te hulp geroepen om de orde te herstellen en die deden dat met verve. De aartsbisschop van Spoleto deed er alles aan om represailles te voorkomen. Toen een hoge politiefunctionaris een lijst van kopstukken van de opstand had samengesteld om voor te leggen aan de paus, legde hij die eerst aan Giovanni voor. Die reageerde met: “U begrijpt uw beroep of het mijne niet. Wanneer een wolf van plan is de schapen te verslinden, waarschuwt hij niet de herder.” Daarna wierp hij de lijst in de open haard.

Bij het conclaaf voor de keuze van een nieuwe Paus in 1846 deden de grote mogendheden flink hun best om invloed uit te oefenen. Giovanni gold als liberaal en veranderingsgezind en werd gefavoriseerd door de Fransen. Oostenrijk-Hongarije wilde liever een absolutistische Paus. Giovanni won, met zijn 54 jaar, erg jong voor een Paus.

In eerste instantie nam de nieuwe Paus allerlei maatregelen ten gunste van het volk en in lijn met de wensen van de hervormingsgezinden. Hij werd dan ook erg populair. Het revolutiejaar 1848, in heel Europa, zorgde voor weer nieuwe onrust. Toen de Paus bekend maakte dat hij nooit het pauselijk leger zou inzetten voor de eenwordingsbeweging, maar zijn status van bovenpartijdig, wereldwijd geestelijk leider zou laten prevaleren (ook waarschijnlijk om de grote mogendheden niet voor het hoofd te stoten) was het gauw gebeurd met zijn populariteit. Het werd als verraad aan de goede zaak gezien, zijn pauselijk verblijf werd bestormd en hij werd gevangen genomen. Hij wist, vermomd als gewoon priester, te vluchten naar Gaeta, vlak over de grens richting Napels.

Daar kwam een totale ommekeer in zijn denken, hij veranderde van liberaal in reactionair.

Tijdens zijn verbanning werd in Rome de Repubblica Romana uitgeroepen. Met hulp van de Fransen werd die al snel weer ontmanteld en kon de Paus terugkeren.

Waar de Paus niet op gerekend had was dat Cavour, de premier van het Koninkrijk Sardinië (inclusief Piemonte), met de net tot Franse keizer gekroonde Napoleon III een pact sloot. Ze zouden samen de Oostenrijkers uit Italië verdrijven, de vrijgekomen gebieden zouden aan Sardinië/Piemonte worden toegevoegd, inclusief delen van de Kerkelijke Staat. De bewoners van die gebieden zouden daar door een referendum voor kunnen kiezen (wat ze natuurlijk zouden doen). De Fransen zouden wel in Rome blijven om de pauselijke onafhankelijkheid te blijven garanderen.

De Paus was razend door dit eentweetje achter zijn rug om en excommuniceerde de koning van Sardinië en dreigde hetzelfde te doen met iedereen die de referenda zou steunen.

Hij deed bovendien een oproep aan alle katholieke, ongehuwde mannen in de wereld om hem te komen helpen. Dat vrijwilligersleger zou de naam krijgen van de Pauselijke Zoeaven. In Nederland wist met name de pastoor van Oudenbosch zoveel mannen te recruteren dat er meer dan 3.000 Nederlanders naar Italië reisden om de Paus te hulp te schieten.

Maar het mocht allemaal niet baten, de zoeaven werden verslagen en de Paus moest accepteren dat de Kerkelijke Staat gereduceerd werd tot Rome e.o. Hij probeerde nog wel jaren later als kerkelijk leider, door pauselijke decreten en dreigementen, de parlementaire verkiezingen in het inmiddels gevormde Koninkrijk Italië te frustreren, maar tevergeefs.

Hij was nu geheel afhankelijk van Franse bescherming. Toen die wegviel omdat de Fransen hun soldaten zelf nodig hadden in hun strijd tegen de Pruissen was het gauw gebeurd. Op 20 September (in elke Italiaanse stad is wel een Piazza of Via XX Settembre) 1870 trok Koning Victor Emanuel II Rome binnen en werd de Kerkelijke Staat verder gereduceerd tot het Vaticaan.

De Paus verklaarde zich opzichtig als gevangene en weigerde elke tegemoetkoming voor een oplossing of compromis. Pas in 1929 werd de status van het Vaticaan door Mussolini en Paus Pius XI, vier Pausen later, goed geregeld in het Verdrag van Lateranen.

Om de hernieuwde goede relatie tussen de Italiaanse Staat en het Heilige Stoel visueel te benadrukken werd een open verbinding tussen de stad Rome en het Vaticaan aangelegd, de (prachtige) Via della Conciliazione (verzoening).

Wel jammer, zo’n Paus die zo liberaal en menslievend begint, dan een complete ommezwaai naar autocratisch en reactionair maakt en als een koppige, rancuneuze en gefrustreerde man eindigt.

Bijzonder aan het verhaal vind ik dat er nooit sprake is geweest van enige weerstand of vijandigheid vanuit het volk jegens de kerk als zodanig, als spiritueel instituut. De kerk werd haar eigen positie volledig gegund. Het parool was altijd: “libera chiesa in libero stato” (een vrije kerk in een vrije staat – dus een staat die vrij is van inmenging door de kerk).